Het basisidee bij stamceltherapie is dat een patiënt stamcellen krijgt die defecte of afwezige cellen in zijn of haar eigen lichaam vervangen. De aandoeningen die men vandaag met stamceltherapie behandelt, zijn stuk voor stuk ernstige ziekten waar men vroeger vaak niets tegen kon beginnen. Nu bestaat er een kans op redding. Meestal is de patiënt voor een behandeling met stamcellen afhankelijk van een stamceldonor.
Lees hier de verhalen van Tinneke en Stefan.
Tinneke leed aan leukemie en kreeg dankzij een stamceltransplantatie een tweede leven.
Stefan doneerde stamcellen en gaf zo iemand een tweede kans.
Juni 2005. Tinneke Van de Velde (30) bruist van de toekomstplannen. Een nieuwe relatie, een huisje gekocht, gaan samenwonen… Tot de dokters ontdekken dat ze leukemie heeft.
“Het kwam uit na een gewoon gynaecologisch onderzoek. Er was iets niet in orde met mijn bloed. Toen viel de diagnose: chronische leukemie. Die ziekte treft vooral oudere mensen, maar nu ook mij, ik was maar 27 jaar. Het kwam hard aan.”
“De dokters waren duidelijk: ‘We kunnen jouw ziekte enkel proberen te stabiliseren, genezen is onmogelijk.’ Maar dat kon toch niet, ik had nog zoveel plannen!”
Toen bracht een dokter een sprankeltje hoop. Misschien kon een transplantatie met stamcellen haar helpen genezen… “Er moest natuurlijk wel een donor worden gevonden met stamcellen die perfect bij mijn lichaam pasten. Niet evident. Mijn familieleden werden onderzocht, maar zij bleken niet in aanmerking te komen als donor. Daarom werd het wereldwijde donorregister aangesproken. Er staan heel wat donoren op die lijst.
Gelukkig vonden ze vrij snel een geschikte donor en kon de transplantatie plaatsvinden. Die lukte volledig.” De kans dat Tinneke helemaal zal genezen is groot. “Een onbeschrijflijk gevoel. Dankzij mijn donor heb ik een tweede leven gekregen. Ik kan een nieuwe start maken en hopelijk volgend schooljaar terug beginnen werken.”
“Ik denk er vaak aan dat er ergens iemand op deze wereld rondloopt die mijn leven heeft gered, die mij deze nieuwe kans heeft gegeven. Ik ben mijn donor enorm dankbaar. Gelukkig mag ik via het donorcentrum een anoniem kaartje sturen, zodat ik die persoon toch kan bedanken. Dat doet mij veel, zo kan ik toch iets terugdoen, want ik heb mijn leven aan hem of haar te danken.”
Stefan Buys (32) gaf iemand een nieuw leven door zijn stamcellen af te staan.
“Ik geef al sinds mijn studententijd bloed. Gewoon uit overtuiging: alles wat ik kan missen en waar iemand anders mee geholpen is, mogen ze hebben. Daarom liet ik mij ook registreren op de lijst voor stamceldonoren.”
“Dat registreren was heel eenvoudig: ik heb een kaartje ingevuld, een gesprekje gehad met een arts en een beetje bloed afgestaan om het weefseltype van mijn stamcellen te bepalen. Dat was alles”
En dan gebeurde er niets… tot hij in 2007 een telefoontje kreeg van het bloedtransfusiecentrum. Of hij geïnteresseerd was om donor te zijn. Stefan twijfelde niet, zijn stamcellen konden iemand redden.
“Ik werd getest om te zien of ik gezond was en we maakten een afspraak voor stamceldonatie. De laatste dagen voor die donatie kreeg ik elke dag twee spuitjes met groeifactoren.”
“De donatie zelf valt goed mee: je ligt op een zetel en je krijgt twee prikjes in je armen. Het lijkt een beetje op bloed geven. Aan de ene kant nemen ze het bloed af waarin ook de stamcellen zitten en halen ze de stamcellen eruit, aan de andere kant gaat de rest van je bloed er gewoon weer in. Zo eenvoudig is het.”
“Stamcellen geven is dus niet moeilijk. Een beetje van je tijd en je kan een leven redden. Een enorm resultaat! Bovendien: je kunt het missen, waarom zou je het dan niet doen? Ik zou het meteen opnieuw doen. Ik heb iets zeldzaams gedaan, maar zeker niets uitzonderlijks: iedereen kan stamcellen geven.”
Opmerking: Stefan is niet de donor van Tinneke. Patiënt en donor blijven altijd anoniem voor elkaar.